PDCA doBeleid - PDCA-cyclus - D: DO 

Stap 6: Actieplan uitwerken en uitvoeren

Nadat de school de prioriteiten en doelstellingen bepaalde, moet ze nadenken over hoe ze te realiseren. Stel hiervoor een concreet actieplan op. Om een kwaliteitsvol bewegings- en sportbeleid uit te werken, is een afgewogen mix van verschillende niveaus en strategieën noodzakelijk. Dan kan dit beleid resulteren in duurzame effecten op het niveau van gezond beweeggedrag.

Schematische voorstelling van verschillende niveaus en strategieën in een matrixmodel.

beleid-do-matrix

Een bewegings- en sportbeleid in de school werkt  best op vier verschiillende niveaus:

1. Alle leerlingen zijn verschillend, ook als het om bewegen en sporten gaat. De school houdt voor haar schoolsportwerking rekening met de aanwezigheid van specifieke doelgroepen (bvb. culturele verschillen, het beweeg- en sportgedrag van leerlingen van allochtone origine) en leerlingen met bijzondere behoeften (leerlingen met diabetes, fysiek zwakkere leerlingen, leerlingen met bijzondere leerkenmerken, …).

2. In de klas staat de bewegings- en sporteducatie centraal.
In de leergebieden WO, taal, wiskunde, muzische opvoeding en/of in verschillende vakken (technologische opvoeding, natuurkunde, biologie, geschiedenis, mechanica, …) kunnen de leerinhouden met betrekking tot beweging en sport geïntegreerd/vakoverschrijdend aan bod komen doorheen het schooljaar.
Het werken met leerlijnen en een horizontale en verticale curriculumopbouw staan garant voor blijvende leerprocessen. Een voorbeeld: de organisatie van het zwemonderwijs in het basisonderwijs (van watergewenning tot kunnen zwemmen).

3. De school werkt aan een bewust bewegings- en sportbeleid met aandacht voor de organisatie van bewegings- en sporteducatie doorheen de leerjaren, de uitbouw van een evenwichtig bewegings- en sportaanbod en stimulerende en beperkende afspraken rond bewegings- en sportactiviteiten, het gebruik van infrastructuur,…

4. Om effectief te werken aan een duurzaam bewegings- en sportgedrag bij kinderen en jongeren moeten we ook afstemmen met de omgeving (het thuismilieu en de diverse sportactoren in de periferie van de school) én aansluiten bij de vrijetijdswereld van kinderen en jongeren. Dit kan via een participatieve werking of een samenwerking met verschillende partners.

 

Een bewegings- en sportbeleid in de school bestaat best uit 4 strategieën:

Educatie

Om leerlingen zowel kennis, inzicht, vaardigheden als attitudes bij te brengen is het organiseren van (herhaaldelijke) activiteiten of werkvormen noodzakelijk.
De verschillende leerinhouden rond beweging en sport worden actief aangebracht: kennis (thematisch en algemeen), inzicht (in functie van bewustwording), vaardigheden (technisch, sociaal, cultureel en emotioneel) en attitudes (in functie van duurzame gedragsverandering en sociale normen). Bewegingseducatie gebeurt in de vorm van individuele leerlingenbegeleiding, klas- en schoolactiviteiten en de organisatie en invulling van het curriculum binnen de school. Ook voor randvoorwaarden zoals de deskundigheidsbevordering van het schoolteam en het informeren van ouders wordt gebruik gemaakt van educatieve activiteiten.

Structurele maatregelen

Het voorzien van een aanbod, een bewuste (her)inrichting van de fysieke omgeving en het actief werken aan een sociaal klimaat maakt het gemakkelijker voor zowel leerlingen, schoolteam als ouders om gezonde beweegkeuzes te maken.

Aanbod: voldoende voorzieningen voor leerlingen. Zie ook bouwsteen Aanbod.

Voor de inrichting gaat het vooral om de infrastructuur van de school. De school kan een gezonde beweegkeuze stimuleren door een bewuste (her)inrichting van de omgeving voor leerlingen, bijvoorbeeld:

  • inrichting speelplaats,
  • voorzien van functioneel groen dat uitnodigt of bijdraagt om te spelen/ te bewegen,
  • stimuleren van actieve verplaatsing door voorzien van een veilige schoolomgeving,….

Voor de sociale omgeving gaat het vooral over de sfeer op school. Een positief schoolklimaat dat motiverend werkt,  is een belangrijke factor voor een gezond beweeggedrag van de leerlingen.

Afspraken

Afspraken (regels) vinden we terug in het schoolreglement, maar dit kunnen evengoed informele afspraken zijn binnen de school.
De afspraken kunnen beperkend (bv. geen ballen tijdens de speeltijd/pauze) of stimulerende afspraken (bv. afspraken in verband met gebruik bewegings- en sportmateriaal) zijn. Probeer zoveel mogelijk stimulerend ( dus positieve) afspraken te maken.
Het is ook belangrijk dat de regels en afspraken gepaard gaan met transparante procedures en een consequente houding van het team ten aanzien van de naleving ervan (wat zijn gevolgen van het niet naleven van de regels?). Ook een duidelijke communicatie over de afspraken naar zowel de leerlingen als de ouders vergemakkelijkt het handhaven ervan.

Zorg en begeleiding organiseren voor leerlingen die bijzondere aandacht nodig hebben

Zorg en begeleiding organiseren voor leerlingen die bijzondere aandacht nodig hebben.
Als school voorzie je best een werking voor bijzondere situaties en voor kinderen/jongeren  die extra zorg en begeleiding nodig hebben.   Dit kan gaan om leerlingen met een beperking, met gedragsproblemen,  met overgewicht,….
De organisatie en invulling van de begeleidingstrajecten in de school en de vroegdetectie van problematieken (bv. signaalfunctie van leraren in functie van pesten op de speelplaats) worden hierin uitgewerkt.

Wanneer de ouders de school informeren dat hun kind aan een bepaalde aandoening lijdt of met een bepaald probleem kampt, organiseert de school begeleidingstrajecten in de school en met schoolnabije en externe partners. Zo kan er optimaal rekening gehouden worden met het kind/de jongere.
Het is belangrijk dat de directie en/of bewegings- en sportcoördinator deze informatie ontvangt en registreert en hierover communiceert met het schoolteam voor een optimale begeleiding in de school.

Heb je als bewegings- en sportcoördinator geen extra informatie over extra zorg meegekregen van de school? Vermoed je toch dat een kind/jongere behoefte heeft aan extra begeleiding omdat het moeilijk functioneert in ploegverband, drukke groep, gepest wordt op de speelplaats,… ? Bespreek dit dan met de betrokken teamleden of de directie hoe je hierover met de ouders zal communiceren. Belangrijk is dat de school over de nodige info beschikt om een optimale begeleiding te realiseren. Het betreft hier informatie over de gezondheidstoestand, niet over achterliggende moeilijkheden of stoornissen.