Concept - Geïntegreerde aanpak

De geïntegreerde aanpak geeft een antwoord op de vraag: welke plaats heeft het bewegings- en sportbeleid binnen het schoolbeleid? Deze aanpak beschrijft bovendien hoe het bewegings- en sportbeleid een meerwaarde kan zijn voor de school.

 

 
Linken met andere visieteksten en referentiekaders

Het bewegings- en sportbeleid heeft linken met andere visieteksten: bvb. gezondheidsbeleid, SES-beleid, Zorgbeleid, …

Voor de invulling van het schoolbeleid worden in onderwijs verschillende referentiekaders gebruikt. De referentiekaders beleidsvoerend vermogen (BeVO) en gezonde school, leergebied-/vakoverschrijdend werken (LOET/VOET), gelijke onderwijskansen beleid (SES-beleid), zorg en leerlingenbegeleiding (LLB) en welzijn op het werk.


 

grafiek geintegreerde aanpak

 

Meer info:

http://www.gezondeschool.be/gezondheid-in-het-vlaamse-onderwijs/gezondheid-in-de-onderwijsregelgeving


 

 
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen

Vanuit het regelgevend kader van gezondheid en het vak-/leergebied bewegings-/lichamelijke opvoeding komt ‘beweging en sport’ de school binnen via drie verschillende regelgevingen:

 

Meer info:

http://www.gezondeschool.be/gezondheid-in-het-vlaamse-onderwijs/gezondheid-in-de-onderwijsregelgeving


De eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het basis- en secundair onderwijs bevatten specifieke eindtermen/ontwikkelingsdoelen m.b.t. lichamelijke opvoeding en gezondheid.

Om op een kwaliteitsvolle wijze hieraan invulling te geven, verwacht men dat de scholen een bewegings- en sportbeleid als onderdeel van het gezondheidsbeleid uitwerken.

Voor het basisonderwijs zijn eindtermen/ontwikkelingsdoelen gedefinieerd in o.a. de leergebieden wereldoriëntatie en lichamelijke opvoeding en de leergebiedoverschrijdende eindtermen.

Voor het secundair onderwijs vinden we vakgebonden eindtermen/ontwikkelingsdoelen die van toepassing zijn terug bij lichamelijke opvoeding en natuurwetenschappen en de eerste 3 contexten van de vakoverschrijdende eindtermen (lichamelijke gezondheid en veiligheid; mentale gezondheid en sociorelationele ontwikkeling).


 

 
Gezondheidsbeleid

Het VIGeZ werkte op basis van de WHO-aanbevelingen een methodiek uit voor de Vlaamse scholen: de kadermethodiek ‘Gezonde school’.

‘Gezonde School’ is voor het Vlaamse onderwijs dé methode om gezondheidsbevordering in scholen te realiseren. De basis van deze methodiek is de definitie van gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie. De definitie heeft oog voor zowel de fysieke, sociale als psychische dimensie van gezondheid.

Met de aanpak van ‘Gezonde school’ integreert de school zijn gezondheidsacties in de hele schoolwerking. Hiertoe bouwt de school een gezondheidsbeleid uit dat bestaat uit de systematische uitbouw van gezondheidseducatie, het creëren van een ‘gezonde’ schoolomgeving, een positief sociaal klimaat, afspraken met betrekking tot gezondheidsthema’s en een geschikte leerlingenbegeleiding en zorg. Ze hanteert hiervoor een procesmatige aanpak.

Meer info:

www.gezondeschool.be

 

 
Zorg en leerlingenbegeleiding

De uitbouw van een zorgbeleid in de basisschool en de opdrachten die de secundaire school heeft wat betreft leerlingenbegeleiding zijn ingegeven vanuit:

  • de aandacht voor het welbevinden van de leerling, de plezierbeleving bij bewegen en sporten. Via lichaamstaal maken kinderen/jongeren veel duidelijk. Zo geven ze signalen dat er problemen zijn bvb. emotionele problemen, pesterijen, onbehagen,….
  • de zorg voor de specifieke leerling bvb. de fysiek zwakkere leerling, de leerling die over bijzondere aanleg beschikt, de leerling met een lichamelijke beperking, de leerlingen met gezondheidsproblemen,  ….
  • het belang van differentiatie, het rekening houden met verschillen.
    Bedoeling hierbij is leerlingen op eigen niveau een bewegings-en sportaanbod met motorische uitdagingen aanbieden. Zo kunnen leerlingen optimaal ontwikkelen op het vlak van motorische competenties en een gezonde, veilige levensstijl. Op die manier wordt ook gewerkt aan een goed zelfbeeld en aan vlot functioneren. Welbevinden ligt namelijk aan de basis van een goede ontwikkeling en zorgt ervoor dat kinderen/jongeren graag blijven bewegen

Vanuit dit gegeven is er een overlap tussen enerzijds het zorgbeleid en het schoolbeleid leerlingenbegeleiding en het bewegings- en sportbeleid anderzijds. Globaal ligt het verschil tussen de referentiekaders vooral in het ontbreken van de aandacht voor fysieke gezondheid en gezondheidsproblemen in zorgbeleid BaO/leerlingenbegeleiding SO.

Meer info:

http://www.gezondeschool.be/integratie-van-het-gezondheidsbeleid-in-het-schoolbeleid/zorg-en-leerlingenbegeleiding

 

 
Gelijke onderwijskansen

De doelstelling van het decreet Gelijke Onderwijskansen (GOK): het uitwerken van een geïntegreerd Vlaams onderwijsbeleid dat alle kinderen en jongeren optimale kansen biedt om te leren en zich te ontwikkelen. Op die manier wil men uitsluiting, sociale scheiding en discriminatie tegengaan en heeft daarom specifieke aandacht voor kinderen uit kansarme milieus.
Het gelijke onderwijskansenbeleid bestaat uit 3 onderdelen:

  • het recht op inschrijving in een school naar keuze;
  • de rechtsbescherming van leerlingen;
  • de opdracht voor scholen om een geïntegreerd ondersteuningsaanbod op te zetten. De school krijgt hiervoor een aantal GOK- of SES-lestijden toegekend. Die moeten ervoor zorgen dat meer leerlingen meer kansen krijgen om de eindtermen te halen. Zo kunnen ze op een succesvolle manier hun schoolloopbaan afsluiten.

Meer info:

http://www.gezondeschool.be/integratie-van-het-gezondheidsbeleid-in-het-schoolbeleid/gelijke-onderwijskansen/

 

 
Beleidsvoerend vermogen

Het beleidsvoerend vermogen bepaalt de mate waarin scholen in staat zijn om een zelfstandig beleid te voeren.

Men houdt hierbij rekening met:

  • de door de overheid toegestane beleidsalternatieven;
  • de eigen doelstellingen en visie van de school;
  • de mate waarin de activiteiten van de leraren en de directeur op elkaar afgestemd zijn in functie van het leren van de leerlingen.

Een schoolteam met voldoende beleidsvoerend vermogen heeft de capaciteiten om een kwaliteitsvol bewegings- en sportbeleid te ontwikkelen en uit te bouwen.

Het beleidsvoerend vermogen laat de school toe om binnen de voorziene beleidsruimte een bewegings- en sportbeleid uit te werken dat afgestemd is op haar noden en reële behoeften.

Het beleidsvoerend vermogen bestaat uit acht dragers. Die vormen de succesfactoren van een kwaliteitsvol schoolbeleid. De 8 dragers van het beleidsvoerend vermogen en de 8 succesfactoren (zie verder) voor een kwaliteitsvol bewegings-en sportbeleid vertonen duidelijke overeenkomsten.

Meer info:

http://www.gezondeschool.be/integratie-van-het-gezondheidsbeleid-in-het-schoolbeleid/beleidsvoerend-vermogen

 

 
Veiligheid en welzijn

Hoe garanderen we de veiligheid tijdens de speeltijden, aan de schoolomgeving, tijdens een georganiseerd bewegings- en sportaanbod op school,….?  Dagelijks gebeuren er in heel Vlaanderen namelijk 500 ongevallen met leerlingen op school. Beweging en sport komt naar voor in heel wat welzijns- en veiligheidsaspecten.

Voor scholen is deze regelgeving vertaald in de omzendbrief veiligheid, gezondheid, hygiëne en milieuzorg in de onderwijsinstellingen. De onderwijsinspectie lijst onveilige situaties of toestellen op in de controlelijst ‘veiligheid en welzijn op school’.
Hier gelden wel de algemene principes van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van schoolbestuur en directie die in de controlelijst zijn opgenomen.


 

In die controlelijst van het document ‘veiligheid en welzijn op school’, dynamisch risicobeheersingbeleid van scholen vinden we volgende aspecten:

  • Er bestaat een geschreven beleidsverklaring die ondubbelzinnig het engagement uitdrukt van het schoolbestuur en de schoolleiding inzake veiligheid, gezondheid en milieu.
  • De  preventieadviseur coördineert het veiligheidsbeleid van de school. Voor het bewegings- en sportbeleid is het belangrijk dat er afstemming is tussen de preventieadviseur en de leraren.
  • Veiligheidsinstructies dienen aanwezig te zijn voor het gebruik en/of installatie van de apparatuur in gymzaal, sportterreinen, speelweide, speelplaats, polyvalente ruimten, fietsenstalling, veilige schoolomgeving, schoolbereikbaarheidsplan, …
  • Het personeel en de leerlingen leven de veiligheidsinstructies na.
  • De gymzaal of polyvalente ruimte voldoet aan de voorwaarden inzake bewoonbaarheid.
  • De uitrusting van de speelplaats, gymzaal, sportterreinen, speelweide, polyvalente ruimte, fietsenstalling en de toestellen zijn voldoende veilig.
  • Er is een EHBO-koffer beschikbaar en de inhoud ervan volstaat om eerste hulp te bieden.

Scholen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeten ook rekening houden met de Brusselse reglementeringen.

De belangrijkste bronnen voor veiligheid en welzijn op het werk zijn het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), de welzijnswet op het werk, de codex welzijn op het werk en het Algemeen Reglement op de Elektrische installaties (AREI).

Daarnaast is er ook de Vlaamse milieureglementering (VLAREM), met een specifieke vertaling voor scholen, Vlarempel.  Ook de wetgeving met betrekking tot de voedselveiligheid vormt een onderdeel van de veiligheids- en welzijnswerking van de school.

Meer info:

http://www.gezondeschool.be/integratie-van-het-gezondheidsbeleid-in-het-schoolbeleid/veiligheid-en-welzijn