Focus - FAIR

Lager en secundair onderwijs

 

 

Wat bedoelen we met 'fair play'?

In elke sport maakt men vooraf afspraken hoe men een wedstrijd moet spelen. Deze regels zijn vastgelegd in een reglement. Scheidsrechters of juryleden houden toezicht over deze regels. Wie zich onsportief gedraagt, kan daarvoor een straf krijgen. Denk maar aan de gele of rode kaart bij voetbalwedstrijden.
Naast de regels in een reglement zijn er in elke sport ook ongeschreven regels, waarden en normen. Zo is het gebruikelijk dat teamsporters elkaar vóór of na de wedstrijd een hand geven.

‘Fair play’ staat voor een aantal gedragingen om op een veilige en sportieve manier te sporten volgens de bedoelingen van het spel of de sport. Dit houdt in dat je tijdens de wedstrijd je uiterste best doet om te winnen, maar niet ten koste van alles. Je kwetst de tegenspeler niet of je scheldt hem of haar niet uit. Je speelt niet vals en je respecteert de beslissingen van de scheidsrechter. De trainer geeft iedereen evenveel speelkansen en je beleeft plezier aan het sporten.

 

Regels/afspraken

Regels zijn er om je aan te houden, dat is ook de basis van ‘fair play’. Deze regels maken een gelijke strijd in de wedstrijd mogelijk. Iedereen (sporters en trainers) ondertekent het belang van regels. Een goede attitude van de sporters is dat men zich aan regels wil en zal houden.

Lastiger zijn de ongeschreven regels, namelijk de gedragsnormen. Iedere sport heeft zijn ongeschreven regels en dit kan per sport verschillen. Beoefen je een bepaalde sport, dan word je geacht deze ongeschreven regels te kennen en na te leven. Enkele voorbeelden:

  • volleyballers schudden na de wedstrijd elkaar de hand
  • bij een blessure op het voetbalveld wordt de bal uitgetrapt en teruggegeven aan de ploeg met de geblesseerde speler

Regels kunnen door de school ook vanuit pedagogisch oogpunt aangepast worden.

 

Respect

In de schoolsport wordt verwacht dat je solidair en respectvol handelt: tegenover jezelf, tegenover de andere en tegenover de omgeving. Op die manier toon je respect voor het werk van al die mensen die ervoor zorgen dat er mogelijkheden bestaan om te bewegen, te sporten, te trainen en wedstrijdjes te spelen, … Je draagt ook zorg voor het materiaal dat je gebruikt tijdens het sporten, je uitrusting, de kleedkamers, de douches, …

Hierin heeft iedereen een rol: sporters, trainers, lesgevers en jury/officials.

Je moet ook de beslissingen van de scheidsrechter of de jury respecteren, ook al ben je het er niet mee eens. In plaats van de scheidsrechter uit te schelden, kan je hem of haar beter helpen om de wedstrijd goed te leiden.

 

Gelijke kansen

Bewegen en sporten doe je niet vaak alleen. Je speelt in een team of je sport samen met vrienden. Vriendschap en sporten gaan hand in hand. Daarom is het belangrijk dat iedereen gelijke kansen krijgt: of je rijker of armer bent, of je een meisje of een jongen bent, of als je een handicap hebt,… Iedereen verschilt van elkaar en is anders. De ene kan sneller lopen of de andere kan hoger springen.

Ook schoolsport kan een bijdrage leveren om gelijke kansen te creëren bij de ontwikkeling van een beweeg- en sportaanbod. Het uitgangspunt is en blijft dat iedereen een eigen verantwoordelijkheid voor zijn of haar gedrag heeft en daarop aangesproken kan worden als men zich niet aan het “fairplay-uitgangspunt” houdt: de sporter, de lesgever langs de lijn of de supporter aan de zijlijn.

Met gelijkheid van kansen bedoelen we ook :

  • het hanteren van spelregels die goede en spannende sport mogelijk maken;
  • de continue zorg voor de gezondheid en het welzijn van de sporter;
  • het creëren van competities/tornooien/wedstrijdjes waarin de tegenstanders aan elkaar gewaagd zijn;
  • het scheppen van gelijke condities voor iedereen bij deelname aan het sport-en beweegaanbod;
  • het ontwikkelen van een sport- en beweegaanbod dat past bij de mogelijkheden en de motivatie van de sporter;