kleuter icoon draakFocus - FUN FOR ALL

Kleuteronderwijs

Tijdens de kleutertijd maken kinderen een zeer grote evolutie mee. De basis van persoonlijke, sociale en emotionele ontwikkeling wordt hier gelegd.
Een kleuter die in de eerste kleuterklas nog vooral op zichzelf is gericht, evolueert tot een kind dat kan samen spelen, kan rekening houden met de ander en kan verwoorden wat hij of zij voelt. Het motorisch leren van een kleuter komt eigenlijk neer op ‘al doende leert men’.  We willen hen ondersteunen om bij spel- en beweingsmomenten nog explicieter aandacht aan te besteden en nog makkelijker te kunnen werken aan de ontwikkelingsdoelen rond sociale vaardigheden. 

 

 

Plezier beleving en sociale en emotionele welbevinden 

Emotioneel welbevinden:

Door mee te spelen met beweegspelletjes legt een kleuter contact met leeftijdgenootjes. Ze leren samen spelen, maar ook ruzie maken en teleurstellingen verwerken.  Via beweegspelletjes leert de kleuter zichzelf en andere kleuters kennen en accepteren. Positieve bewegingservaringen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het zelfbeeld. De reacties van de omgeving op zijn bewegingen, veelvuldig aanmoedigen , het creëren van succeservaringen dragen er in belangrijke mate toe bij dat de kleuter zich emotioneel gaat welbevinden.  Ervaart het kind  ‘ik doe dit goed’, dan zal het zich goed voelen en is de basis gelegd voor zelfvertrouwen, durf en openheid. Een positief zelfbeeld uit zich in positief gedrag. Wanneer dat positief gedrag dan weer positief wordt bekrachtigd, versterkt het zelfbeeld opnieuw. Wanneer de kleuter zich goed voelt en zich aanvaard wordt, dan functioneert hij beter. Er ontstaat een zekere bewegingsvreugde, spelvreugde waarbinnen een betere totale ontplooiing ontstaat.

Bovendien stellen kleuters die zich goed in hun vel voelen zich weerbaar op t.o.v. hun omgeving.  Ze willen dat we rekening houden met hen, dat we hen respecteren zoals ze zijn. Kleuters die zich assertief opstellen laten  niet over zich heen lopen. Ze komen op voor zichzelf, voor hun eigen wensen, noden en verlangens en zullen niet zomaar ingaan op bevelen  of voorstellen van anderen als die hun eigen belangen zouden schaden.

De ‘beleving’ bij spelen en bewegen van een kleuter bepaalt zijn sociaal functioneren. Een kleuter met  weinig succeservaring in bewegingssituaties zal niet snel geneigd zijn om met andere kleuters samen te spelen. Via spel en beweging kan de kleuter contact opbouwen met andere kleuters en de omgeving en leert het zichzelf via beweging uitdrukken. Daarnaast kunnen kleuters zich via bewegingsspelen ook leren houden aan regels en  afpraken die noodzakelijk zijn om het spel te laten plaatsvinden.

Tips om te werken rond samen spelen en welbevinden:

  • creëer een rustige en ontspannen sfeer
  • bouw aan het zelfvertrouwen van de kleuters
  • laat kleuters zich motorisch en emotioneel uiten
  • ga op zoek naar spelen waarbij samenspel nodig is
  • wees respectvol in de omgang
  • maak duidelijke afspraken

 

schoen

Iedere kleuter is anders 

Iedere kleuter is uniek met eigen mogelijkheden en beperkingen. Elke kleuter kan andere dingen, maar is gevoelig voor complimentjes. Door motiverende taal te gebruiken weten ze dat wat ze doen op prijs gesteld wordt en zullen ze het in de toekomst waarschijnlijk herhalen. Heb vooral aandacht voor het plezier en de inzet van de kleuters ( het gedrag van de kleuter) en niet voor het resultaat.

Moedig de kleuters aan en wees trots op wat ze proberen en kunnen. Aanmoediging en aandacht zorgen ervoor dat iedere kleuter net iets langer probeert vol te houden. Een bemoedigende opmerking doet het zelfvertrouwen van de kleuter groeien, wat opnieuw een motivatie is om verder actief te blijven. Als een kleuter zich goed en zeker voelt in zijn lichaam, in zijn mogelijkheden, gedachten en emoties dan zal hij/zij meer zin hebben om verder te bewegen en op ontdekking te gaan.

Probeer kleuters die veel zitten te motiveren tot meer spel- en beweegvormen.  Stimuleer ze tot een staande activiteit of beweegspel, bekrachtig ze als ze wat mer durven en geef hen verantwoordelijkheden zodat ze hun eigen mogelijkheden leren kennen. Blijf steeds alert en begeleid ze bij een overstap naar een hoger niveau.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan onzekere kleuters, kleuters met overgewicht,  met een tragere motorische ontwikkeling of met een lichamelijke beperking. Zij willen vaak wel bewegen maar de drempel is groter. Er zijn ook kleuters die rustig in een hoekje kruipen. Hier is niets mis mee, maar blijf hen wel stimuleren om te spelen en te bewegen.

Belangrijk is dat er gezorgd wordt voor een spel- en bewegingsaanbod dat geschikt is voor alle kleuters!

Externe, materiële beloningen worden vaak gebruikt om kleuters aan te zetten tot meer beweging. Deze motivatie heeft meestal geen effect op lange termijn. De kleuters zullen meer bewegen omwille van de beloning die ze krijgen, en niet omwille van het plezier dat bewegen met zich meebrengt. Kleuters die plezier beleven aan spel en bewegen en daarvoor door de leerkracht worden aangemoedigd hebben geen extra stimulans nodig in de vorm van materiële beloningen. Wil je toch iets extra doen, beloon dan plezier, inzet en actief gedrag. Denk goed na over het soort beloning dat je geeft. Een leuk extraatje is bijvoorbeeld een activiteitenkaart met stempels of stickers die leidt tot een bewegingsdiploma. Maar zeker ook een leerkracht die regelmatig meespeelt  ’als beloning’ is een extra motivatie voor nog meer plezier en actie.

schoen

Veilig en positief spelen en bewegen 

Spelen en bewegen is dus erg belangrijk: spelen en bewegen doet de kleuter met zijn omgeving met dingen en samen met anderen.
Dat veronderstelt speelruimte, een ruimte waar speling op zit, waar je wat mee kan doen, die verleidelijk, uitdagend en aanlokkelijk is … om er te spelen en wel op zoveel mogelijk verschillende manieren.
Kinderen spelen overal en met alles. Van dozen maken ze huizen en schepen, in kisten wonen ze, …. Spelen is een creatief gebeuren.  Spelen heeft een avontuurlijk aspect: nieuwe dingen ontdekken opwindende gebeurtenissen meemaken : klimmen, heel hard lopen, graven, met water spelen, je verstoppen, … Spel is een reactie op de omgeving; er moet wat te beleven vallen.  Al spelend ontdekken kleuters allerlei dingen, ze komen los van de vaste patronen en zien nieuwe mogelijkheden.  Al spelend leert de kleuter mogelijkheden ontdekken en leert zijn eigen begrenzing aanvoelen. Kleuters nemen risico’s en daarin ontdekken ze hoever ze kunnen gaan.

Aandacht voor een veilige levensstijl vraagt dus  enig inzicht in de wijze van aanpak. We kunnen ervaringen van kleuters zoals aangrijpen om veilig kleutergedrag te stimuleren  zoals bijvoorbeeld niet dringen om als eerste te staan, rustig stappen om een bepaald bewegingsspel tot een goed einde te brengen; niet zonder landingsmatjes van toestellen springen, andere kleuters niet duwen,…

Tips om te werken rond een veilige levensstijl

  • Laat  kleuters eenvoudige bewegingen voldoende op eigen tempo oefenen.
  • Vermijd dat minder behendige kleuters door de klasgroep onder druk komen te staan.
  • Moedig behendige kleuters af en toe aan om ‘snel’ te bewegen.
  • Zorg dat bewegingsactiviteiten voldoende intensief zijn.
  • Hou rekening met het spontane ritme van de kleuters.
  • Bied voldoende speelkansen aan met materiaal dat uitnodigt tot sluipen en kruipen, klimmen en kleuteren, trekken en duwen…
  • Bied voldoende kansen tot veelzijdig bewegen met het oog op het behoud van de natuurlijke lenigheid.
  • Voorzie regelmatig bewegingsthema’s als klimmen, klauteren, sluipen en kruipen (ze dragen bij tot de ontwikkeling van een goede houding).
  • Zorg voor een veilige omgeving.

Een uitgebreidere info om kleuters risicocompetent te maken kan je vinden op de website http://riscki.khleuven.be